De Oogst
Door:
Franklin ter Horst
Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.
Openbaring 14:14-15-16
“En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als een
mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn
hand. “En een andere engel kwam uit de tempel en riep
met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en
maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel
rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn sikkel uit op de
aarde, en de aarde werd gemaaid.”
Matthéüs 13:39 “…het onkruid zijn de kinderen van de boze; de
vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der
wereld; de maaiers zijn de engelen.”
De
‘andere engel’ is de vierde in de rij van zes. Hij komt uit de tempel om de wraak van de Zoon des mensen af te roepen. De oogst moet opgroeien, zowel het onkruid als het koren. Als de
oogst rijp is, wordt er onmiddellijk de sikkel, de zeis, in geslagen:
Matthéüs 13:24 t/m 30 “Nog een gelijkenis hield
Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand,
die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl
de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden
tussen het koren, en ging weg. Toen het graan
opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem:
Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat
heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot
hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het
bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd
zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in
bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.”
Aan
Jezus/Yeshua wordt in feite gevraagd om handelend op te treden. Het is de openlijke strijd tussen God en de duivel met al zijn
vele volgelingen. Alleen in deze context kan iets verstaan worden van de verdere
gebeurtenissen. Dit verklaart ook de roep van de engel uit de tempel: “Zend Uw
sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, omdat de oogst van de
aarde rijp is geworden.
Johannes ziet ‘een witte wolk, en op de wolk zat iemand als een
Zoon des mensen gelijk met een gouden kroon (een teken van Koninklijke waardigheid) op zijn hoofd. De uitdrukking “Mensenzoon” en dat Hij als het ware troont op een
witte wolk sluit alle twijfel uit dat het hier gaat om Jezus/Yeshua. Hij
verschijnt hier als de ware Koning die alle koninkrijken op aarde zal
neerwerpen om het 1000 jarige vrederijk te grondvesten. De uitdrukking “maaien van de aarde”wordt als een echte
oordeelsuitdrukking gezien. Natuurlijk wordt in normale gevallen een oogst als
iets positiefs gezien, maar het “maaien” en het “persen” van de afgehouwen
druiven bevat de vervulling van talrijke oordeelsprofetieën over de Dag des
Heren. De aarde wordt gemaaid. De betrokken engel
roept met luide stem: 'Laat uw sikkel komen om te oogsten. Want de tijd om te
oogsten is gekomen; de aarde is meer dan rijp voor de oogst.' De maat van de zonde is vol. Er is vanaf nu geen uitstel meer.
Dit is het beeld van de eindafrekening, de definitieve scheiding
tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Dus: tussen de volgelingen van het
Lam en de volgelingen van het beest, de antichrist.
Hier wordt een globale beschrijving van de totaliteit der eindgerichten
gegeven. De oogst is in de Bijbel het beeld van de
eindafrekening, van het oordeel. De aarde zal wordt gemaaid. Een kort,
ontzaglijk woord en juist daarom van zo’n onvoorstelbare lading. God heeft het
Lam macht gegeven oordeel te vellen over hen die Hem hebben verworpen. De
profetie van Daniël houdt de absolute overwinning van de Mensenzoon in:
Daniel 7:13-18 “Ik bleef toekijken
in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een
mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en Koninklijke
macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een
eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is één, dat
onverderfelijk is. De geest van mij, Daniël, was ontroerd in mijn
binnenste, en de gezichten die mij voor ogen waren gekomen, ontstelden mij. Ik naderde een van hen die
daar stonden, en vroeg hem de ware zin van dit alles, en hij sprak tot mij en
gaf mij de uitlegging daarvan te kennen: die grote
dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; daarna zullen de heiligen des Allerhoogsten het koningschap
ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in
eeuwigheid der eeuwigheden.”
De profetieën over de vier
wereldmachten: Babylon (Nebukadnezar het gouden hoofd), Meden en Perzen,
Griekenland en het Romeinse Rijk, zijn in de geschiedenis met enorme
nauwkeurigheid in vervulling gegaan. Het laatste rijk mondt uit in het
antichristelijk rijk:
Daniël 8:19 t/m 24 “…en hij zeide
Zie, ik maak u bekend wat geschieden zal in het laatst van de gramschap; want
het doelt op het tijdstip van het einde. De ram die gij gezien hebt, met de
twee horens, doelt op de koningen der Meden en Perzen, en
de harige geitebok op de koning van Griekenland, en de grote horen die tussen
zijn ogen stond, dat is de eerste koning. En
dat die afbrak en er vier in zijn plaats kwamen te staan: vier koninkrijken
zullen uit het volk ontstaan, doch zonder zijn kracht. En
in het laatst van hun koningschap, als de boosdoeners de maat hebben
volgemaakt, zal er een koning opstaan, hard van aangezicht en bedreven in
listen. En zijn kracht zal sterk zijn – maar
niet door eigen kracht – en op ontstellende wijze zal hij verderf brengen, en
wat hij onderneemt zal hem gelukken; machtigen zal hij verderven, ook het volk
der heiligen.”
Zie ook:
Matthéüs 24:30-31 “En
dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen
alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen
zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en
zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene
uiterste der hemelen tot het andere.”
Jezus/Yeshua
heeft een scherpe sikkel in zijn hand voor de oogst van de aarde, om de goede
vruchten in te zamelen en alleen de slechte te vernietigen. Het ogenblik is
gekomen om scheiding te maken tussen de gelovigen en de goddelozen, door middel
van de sikkel, het werktuig dat bij de oogst gebruikt wordt. En Hij die op de
wolk zat, sloeg zijn sikkel op de aarde en de aarde werd gemaaid.
De
mensheid is nu genoeg gewaarschuwd. Praten helpt niet; dus, zullen er daden
worden gesteld. De oogst is de voleinding der wereld en de maaiers zijn de
engelen. De oogst der aarde is dus rijp geworden en de aarde zal moeten worden
gemaaid. Jezus/Yeshua maakt duidelijk dat in het eindgericht de “valse tarwe”
tegelijk met de tarwe op moet groeien tot de oogsttijd.
Zoals
nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de
voleinding der wereld. De rijpheid van het kwaad is nu hoofdthema. De Zoon des
mensen zal Zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen
al wat tot zonden verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven en zij
zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en tandengeknars.
Zijn maaiers zullen alles wat de inbezitneming van de aarde in de weg staat,
wegvagen en verbranden. Het maaien gaat vooraf aan het dorsen. God bepaalt het
tijdstip waarop de maaiers hun werk moeten aanvangen. Gelijk het onkruid met
vuur verbrandt wordt, zo zal het ook zijn in de voleinding der wereld. Dan is
eindelijk de tijd aangebroken dat het “onkruid” (de ongerechtigheid)
uitgetrokken wordt.
Het
onkruid (het zaad van de slang) kan echter niet uitgetrokken worden voor de
oogst rijp is. Valse tarwe lijkt op echte tarwe en halverwege de groei zijn ze
nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Bovendien moet de tarwe (de kinderen
Gods) volgroeid zijn voordat er sprake van een oogst kan zijn en dan tekent de
valse tarwe zich pas goed af tegen de echte tarwe.
Aan
Jezus/Yeshua wordt in feite gevraagd om handelend op te treden. Dat gebeurt
door “een andere engel”die uit de tempel komt.
Openbaring 14:17-18
“En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, ook hij met een
scherpe sikkel. En een andere engel kwam uit het
altaar; deze had macht over het vuur en hij riep met luider stem tot hem, die
de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel uit en oogst de trossen
van de wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp.”
Het
dan over de wereld komende oordeel wordt hier beschreven onder de beelden van
de graanoogst en de wijnoogst. De wijnoogst is het grote gericht over de
volken. Het gaat om een oogst in puur negatieve betekenis. De druivenoogst
spreekt van een oordeel waarbij geen enkel onderscheid gemaakt wordt. Matthéüs
spreekt van een tijd van dorsing en een verzamelen van het koren in de
“schuur”van de Here, waarbij het kaf van de korrel wordt gescheiden en het kaf
wordt verbrand:
Matthéüs 3:12 “De wan is in zijn
hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur
bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.”
Openbaring 3:21 “Wie overwint, hem
zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en
gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.”
De
druivenoogst is een bekend beeld van Gods wraakgericht over de goddelozen.
Evenals de graanoogst zijn ook de druiven der aarde rijp geworden. De druiven
worden allemaal in de ‘grote wijnpersbak van de grimmigheid van God’s toorn
geworpen, een sprekend beeld van totale vernietiging. Wat van de druiven
overblijft, het sap, wordt hier dan ook ‘bloed’ genoemd. De wijnbakken stromen
over en het bloed van de mensen zal reiken “tot aan de tomen der paarden”, het
bloed van de volken die, ondanks alle waarschuwende eindgerichten, het zullen
wagen tegen God en Zijn Gezalfde te strijden in een laatste poging de
“rechtmatige toe-eigening” van de aarde door Jezus/Yeshua te verijdelen.
Jezus/Yeshua is gekomen als de ware wijnstok en heeft de zijnen aan Zich
verbonden als de ranken aan de wijnstok. Maar er zijn er die niet echt met de
wijnstok verbonden zijn, en die zullen geoordeeld worden. Er zal van de valse
getuigenissen niets meer overblijven na de oordelen.
Ook
Jesaja profeteert in deze zin als God hem doet spreken:
Jesaja 63:3 “Ik heb de pers alleen
getreden en van de volken was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en
vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik
bezoedelde mijn ganse gewaad.”
Ik
bezoedelde mijn gehele gewaad, staat in deze tekst en bij de wederkomst van
Jezus/Yeshua draagt Hij een kleed dat met bloed geverfd is:
Openbaring 19:13 “En Hij was bekleed
met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord
Gods.”
Elke
menselijke verbeelding schiet te kort om zich de verschrikkelijkheid van het
wijnpersbak-gericht ook maar in te denken. De vergelijking van de gegevens laat
er echter geen twijfel over bestaan dat de beest-heerschappij en de door het
beest verleide volkeren in een onvoorstelbaar bloedbad ten onder zullen gaan.
Dat is het antwoord van God op al het bloed dat ooit onschuldig op aarde
vergoten werd. Zij zullen samen vergaderd worden als de gevangenen in een put:
Jesaja 24:22 “En zij zullen
bijeengebracht worden, zoals men gevangenen bijeenbrengt in een kuil, en zij
zullen opgesloten worden in een kerker, en na vele dagen zullen zij bezocht
worden.”
Deze
profetieën en nog vele anderen, waarin o.m. gesproken wordt van “daarheen
lokken”, duiden op een moment in de geschiedenis, waarop een geweldige
legermacht uit de overgebleven volken zal optrekken naar Israël om daar niet
alleen tegen het Godsgetrouwe overblijfsel van Gods volk op te treden, maar ook
tegen de Messias Zelf. Maar deze grote concentratie van goddelozen zal in de
wijnpersbak van de toorn Gods geworpen worden. Dat is het antwoord van God op
al het bloed dat ooit onschuldig op aarde vergoten werd.
De
wijnstok der aarde staat tegenover de wijnstok des hemels. God zegt tot Zijn
discipelen:
Johannes 15:1-5 “Ik ben de ware wijnstok en
mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht
draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij
meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om
het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij
niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft,
gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.”
Jesaja 5:4 “Wat was er nog aan mijn
wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij
goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort?”
Psalm 58: 4 “De goddelozen zijn van de geboorte aan
afvallig,de leugensprekers dwalen van de moederschoot aan. Hun venijn is gelijk het venijn van een slang;als een dove adder,
die haar oor toesluit…”
We zien deze woorden werkelijkheid
worden in de hedendaagse leugenmachine. Kinderen
worden met haat tegen Istraël opgevoed. Een haat die zich in feite op de
God van Israël richt. Het is een geestelijke strijd die niet met politieke of
andere middelen bestreden kan worden.
Jezus/Yeshua
is de ware wijnstok die uit de hemel is neergedaald. Zijn tegenbeeld is de
antichrist en deze is de valse wijnstok, en allen die op hem bouwen zijn ook
valse ranken. Beelden van de valse wijnstok en valse ranken vinden we ook weer
in het Oude Testament:
Deuteronomium 32:32-33 “Waarlijk,
hun wijnstok stamt uit de wijnstok van Sodom en uit de wijngaarden van Gomorra;
hun druiven zijn giftige druiven, bitter zijn hun trossen. Hun wijn is
slangevenijn en wreed addervergif.”
De verwoesting van
Sodom en Gomorra
Jeremia 2:21 “Ik echter had u geplant
als een edele druif, een volkomen zuiver zaad; doch hoe zijt gij Mij veranderd
in wilde ranken van een vreemde wingerd!”
De
directe schuld van de verandering in een antichristelijke wijngaard ligt in
deze profetische uitspraken op het afvallig Israël (wel te onderscheiden van de
‘vrouw” in de woestijn en de 144.000 en de “overigen
van haar zaad”). Een deel van Israël zal de valse messias aanbidden en zal
delen in het verschrikkelijk wijnpersoordeel. En van de valse wijnstok zijn de
druiven rijp geworden, zoals, wat de hele aarde betreft, ook de graanoogst rijp
geworden is. Deze wijnstok wordt door de engel afgesneden (niet alleen de
ranken, maar de hele wijnstok, dus ook de antichrist). En de wijnstok van de
draak en de beesten en allen die op de aarde wonen en de beesten nalopen,
worden in de wijnpersbak van de toorn Gods geworpen om dan getreden te worden.
Dit oordeel wordt ook in graan uitgebeeld:
Matthéüs. 13:30 “Laat
beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers
zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te
verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.”
De
derde engel uit Openbaring 14 blijkt ook macht te hebben over het vuur, om het
kaf te verbranden. Dat is niet het vuur van een of ander brandje, maar het vuur
van Gods oordeel; de eeuwige straf in de hel. Deze engel roept een andere op om
met zijn werk te beginnen: het oogsten van de druiven zodat ze vertreden
kunnen worden. Al deze bewoordingen zijn al eens
gebruikt door de profeet Joël:
Joël 3:12-13 “Laat de volken opstaan
en oprukken naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om alle volken
van rondom te richten. Slaat de sikkel erin, want de
oogst is rijp. Komt, treedt, want de perskuip is vol; de wijnbakken stromen
over. Want hun boosheid is groot.”
De vijanden van Israël van de God van Israël en zullen als
druiven door God vertrapt worden. De volgende
tekstdelen beschrijven hoe radicaal en absoluut de mensheid, de korenoogst van
de aarde, afgesneden wordt van de Wortel des levens, hoe massale dood over de
hele aarde zal heersen:
Openbaring 14:19
“En de engel wierp zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijngaard der
aarde en wierp het in de grote persbak van de gramschap Gods.
Jeremia 51:33 “Want
zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israël: De dochter van Babel is als
een dorsvloer ten tijde dat men die vaststampt; nog een wijle, dan komt de tijd
van de oogst voor haar.”
De eerste oogst wordt binnengehaald door met een sikkel te maaien,
de tweede door met een scherpe sikkel de trossen van de wijngaard te oogsten.
De laatste oogst wordt nog wat uitvoeriger omschreven door de vermelding dat de
rijpe druiven in de grote persbak van de gramschap Gods worden geworpen. De
wijnoogst is het grote gericht over de volken. De
volken zullen zich opmaken en optrekken naar het dal van Josafat. Joël zegt het
in hoofdstuk 3 klaar en duidelijk:
Joël 3:1-2-3 “Want zie, in die dagen
en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van
Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat,
en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van
mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij
mijn land verdeelden.”
Hier
zullen de koningen der aarde met hun legers met wortel en tak worden
uitgeroeid. Een rivier van bloed zal de “wijn” zijn die door de Heer der
gerechtigheid “geperst”zal worden uit de machten die het gewaagd hebben tegen
Hem persoonlijk de wapens op te nemen.
Ezechiël 38:9 “Dan zult gij
optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde
bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u.”
Het
dal van Josafat ontleent wellicht zijn naam aan het slagveld waar koning
Josafat met de hulp van God, zijn vijanden versloeg:
2 kronieken 20:20 “De volgende morgen vroeg
trokken zij uit naar de woestijn van Tekoa. En terwijl zij uittrokken, trad Josafat
naar voren en zeide: Luistert naar mij, Juda en inwoners van Jeruzalem, gelooft
in de Here, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in zijn profeten en
gij zult voorspoedig zijn.”
Hebreeën 11:6 “…maar zonder geloof is het
onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat
Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.”
De naam “Josafat” is een samenvoeging van de “Here is God” en
(shafat) dat is “godsgericht”. Voor de plaatsbepaling van “het dal van Josafat”
gelden ook aanwijzingen dat het hier gaat om de plaats die in het Hebreeuws
genaamd wordt “Harmágedon.”(Armageddon) zoals genoemd in Openbaring 16.
Harmágedon is een samenvoegsel van Har en Megiddo, waarbij Har “berg” of
“hoogte”betekent. De plaatsnaam Megiddo betekent ‘plaats van menigten’ of
‘plaats van troepen’, d.w.z. een stad waarin vele krijgslieden liggen. De namen
“Dal van Josafat”, “Jizreël”en “Harmágedon” zijn niet alleen plaatsbepalend met
betrekking tot het wijnpersoordeel maar ook symbolisch voor het specifieke
karakter van dit gericht.
De ruïnes van Megiddo
De
uitdrukkingen “vergaderen als in een put”, “het dal van Josafat”, “menigten in
het dal van de dorswagens”, “de persen zijn vol en lopen over” duiden allemaal op
een eindafrekening. Johannes ziet in het visioen vooruit, op wat later in meer
bijzonderheden genoemd word: de verzameling van de goddeloze volken, ook de
Israël vijandige volken, op het grondgebied van Israël om daar vernietigd te
worden. Het is nauwelijks te bevatten hoe vernietigend de ontzettende oordelen
zullen zijn.
Na
alle genade-aanbiedingen voor en tijdens de eindtijdgerichten en daartegenover
de hardnekkige weigering tot bekering, die tenslotte onder leiding van de
antichrist tot openlijke strijd tegen de komende Messias leidt, ontbrandt de
toorn van God op zijn hevigst. Tegen deze achtergrond, de onbekeerlijkheid
ondanks de vreselijke gerichten, de openlijke uitdaging met legermachten tegen
het Lam, moet de verdelging van de antichrist en zijn goddeloze aanhang gezien
worden. Het gaat om vreselijke gerichten, waarbij men zich niet bekeert en met
legermachten het Lam openlijk uitdaagt en vervloekt. Tegen deze achtergrond
moet de verdelging van de antichrist en zijn goddeloze aanhang gezien worden.
Alle
haat tegen God krijgt niet alleen gestalte in de boycot van de gelovigen van de
laatste dagen, maar ook in de strijd tegen Stad en het land van God en het
gelovig overblijfsel van Zijn volk Israël. Daar waar Jezus/Yeshua ten hemel
opvoer zal Hij ook wederkomen:
Zacharia 14:4 “…zijn voeten zullen te dien dage staan op de
Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg
middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de
ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts.”
En
daar zullen de antichristelijke machten hun even belachelijke als
huiveringwekkende poging ondernemen om de komst van de Grote Koning te
verijdelen. In Israël zal de wijnpersbak van Gods toorn tegen de volken
plaatsvinden. Daar zullen de “menigten, menigten”van Joël zich verzamelen onder
de banieren van de antichrist en de valse profeet. Daar zal de wijnpersbak
getreden worden, een ontzettend bloedbad dat zijn weerga in de geschiedenis van
slachtingen niet kent. Als rijpe druiven worden zij verpletterd op de Dag des
Heren, waarover alle profeten van Israël geprofeteerd hebben.
Zoals
eens de geweldige strijd van Jezus/Yeshua op Golgotha buiten de stad
plaatsvond, zo vindt ook de laatste krachtmeting tussen Jezus/Yeshua en de
satan met de hem toegewijde volkeren buiten de stad plaats:
Matthéüs 27: 33 “En zij kwamen aan
een plaats, genaamd Golgotha, dat is de zogenaamde Schedelplaats.”
Lucas 23:33 “En toen zij aan de
plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar en ook
de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn
linkerzijde.””
Hebreeën 13:12 “Daarom heeft ook
Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort
geleden.”
Openbaring 14:20 “En de persbak werd
getreden buiten de stad, en er kwam bloed uit de persbak tot aan de tomen der
paarden, zestienhonderd stadiën ver.”
Het
besluit van hoofdstuk 14 is ronduit verbijsterend. De persbak wordt getreden
buiten de stad. De stad is onmiskenbaar Jeruzalem de heilige stad die door de
heidenen 42 maanden vertreden zal worden. Deze
‘wijnoogst zal vooral in Israël plaatsvinden. Dat is af te leiden uit de
uitdrukking ‘buiten de stad’, want daarmee kan in dit verband alleen Jeruzalem
bedoeld zijn.
Ongelooflijk
grote legermassa’s zullen hun slachting tegemoet gaan, ongelooflijk veel bloed
zal er vloeien, zodat het inderdaad lijkt op een wijnpersbak: tot aan de tomen
der paarden en 1600 stadiën ver. Een stadium is
De 144.000 zijn zoals eerder genoemd, de eerstelingen. Dat lijkt
duidelijk te maken dat aan het eind van de grote verdrukking alle overgebleven
Joden gered zullen worden:
Romeinen 11:25-26 “Want, broeders,
opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit
geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de
volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans
Israël behouden worden, gelijk geschreven staat:De Verlosser zal uit
Sion komen,Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.”
2 Corinthiërs 3:14 “Maar hun
gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de
voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts
in Christus verdwijnt.”
Hier zegt Paulus hetzelfde als wat Jezus/Yeshua had gezegd:
Matthéüs 24:13
“Maar wie volhardt tot het einde, die
zal behouden worden.”
Hebreeën 10:36
“Want gij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen
hetgeen beloofd is.”
Hier gaat het over Joden en allen die de Naam van Jezus/Yeshua
belijden, die tijdens de grote verdrukking trouw moeten blijven aan God om het
Messiaanse vrederijk te kunnen binnengaan. De profeten spreken over een 'rest',
dat is het laatste deel van wat aan het eind van de grote verdrukking nog
overgebleven zal zijn van het volk Israël, maar ook van de gelovigen uit de
heidenen.
Micha 7:18 “Wie is
een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het
overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig
behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid!
De profeet Zacharia kondigt een verschrikkelijk oordeel over
Israël aan dat in de tijd van de grote verdrukking zal plaats hebben:
Zacharia 13:8"
"In het gehele land, luidt het
woord des HEREN, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar
een derde zal daarin overblijven."
Zacharia zegt namens God dat tweederde deel van zijn eigen volk
uitgeroeid zal worden tijdens de grote verdrukking. Daarna kondigt hij het
einde van de grote verdrukking aan met de volgende woorden:
Zacharia 14:1-3
“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw
muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken
tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen
zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal
wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet
uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken
om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de
krijg.”
Jesaja 10:20 “En
het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israël en wat van Jakobs huis
ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in waarheid
steunen zullen op de HERE, de Heilige Israëls. Jesaja Een rest zal zich
bekeren, de rest van Jakob, tot de sterke God. Jesaja Want, al ware uw volk, o
Israël, als het zand der zee, een rest daaronder zal zich bekeren; verdelging
is vast besloten, overvloeiende van gerechtigheid.”
Jesaja 35:2 “…zij
zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen. De heerlijkheid van de
Libanon is haar gegeven, de luister van de Karmel en van Saron; zij zullen
aanschouwen de heerlijkheid des Heren, de luister van onze God.”
Jesaja 28:5 “ Te
dien dage zal de Here der heerscharen tot een sierlijke kroon en een prachtige
diadeem zijn voor de rest van zijn volk.”
Micha 5:7-8 “En het
overblijfsel van Jakob zal zijn onder de natiën, te midden van vele volkeren
als een leeuw onder de dieren des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden,
die, wanneer hij er binnendringt, neerslaat en verscheurt, zonder dat iemand
redt. Uw hand zal verheven zijn boven uw tegenstanders,
en al uw vijanden zullen worden uitgeroeid.”
Terug
naar: Inhoud